Buitendeuren Om in aanmerking te komen voor levering van deuren (onder garantie) worden eisen gesteld aan de kwaliteit van het product. Zo wordt in toenemende mate de eis gesteld dat houten buitendeuren minimaal dienen te voldoen aan de eisen die vermeld staan in de Nationale beoordelingsrichtlijn voor het KOMO®-attest-met-productcertificaat voor houten buitendeuren, de BRL 0803.
Bij houten buitendeuren denkt men in het algemeen aan de massief houten deuren al dan niet uitgevoerd met panelen en glasopeningen. Onder de noemer houten buiten deuren vallen echter ook de vlakke deur bestaande uit een samengestelde constructie en voorzien van stabilisatievoorziening of multiplexdeuren die geheel uit fineren opgebouwd zijn en al dan niet een stabilisatievoorziening hebben. Beide laatste typen deuren kunnen uitgevoerd zijn met een glasopening. Voor certificatie worden deze verschillende typen houten buitendeuren apart behandeld in de BRL 0803.
Binnendeuren In navolging van een beoordelingsrichtlijn buitendeuren, bestaat er sinds en aantal jaren ook een beoordelingsrichtlijn binnendeuren, de BRL 2211: “Nationale beoordelingsrichtlijn voor het KOMO®-attest-met-productcertificaat voor deursets”. In tegenstelling tot de beoordelingsrichtlijn voor houten buitendeuren die uitsluitend de deurbladen betreft, heeft de beoordelingsrichtlijn deursets (de naam zegt het al) betrekking op zowel (binnen)deurblad als (binnen)deurkozijn. Binnendeuren zijn er net als bij houten buitendeuren in diverse uitvoeringen, de concept BRL 2211 is echter uitsluitend van toepassing op samengestelde binnendeurconstructies in combinatie met het binnendeurkozijn.
Een groot deel van het onderzoek met betrekking tot deuren dat wordt verricht, is ten behoeve van KOMO®-certificatie. Voor certificatie of uitbreidingen op een aanwezig certificaat moeten er rapporten worden overlegd van onafhankelijke onderzoeksinstellingen of laboratoria om aan te tonen dat aan de eisen uit de beoordelingsrichtlijn is voldaan.
Om te beoordelen of producenten aan de eisen die vermeld staan in de beoordelingsrichtlijnen voor deuren voldoen, beschikt SHR over de kennis en apparatuur voor het beproeven van deuren op onder andere:
- vormstabiliteit,
- wind- en waterdichtheid,
- stijfheid en sterkte,
- beoordeling van de duurzaamheid (capillaire naden),
- stootvastheid van het deurblad,
- geluidisolatie,
- beproevingen van de inbraakwerendheid van gevelelementen en indien van toepassing deursets.
- beoordelingen in verband met schades
Vormstabiliteit
Beproeving van het gedrag van deuren bij plaatsing tussen twee klimaten, de vormstabiliteit, wordt uitgevoerd door deuren in te bouwen in een stabiele constructie tussen twee ruimten waarin een verschillend klimaat ingesteld kan worden voor wat betreft temperatuur en relatieve luchtvochtigheid. Het kromtrekgedrag van de deuren is een maat voor indeling in een bepaalde stabiliteitsklasse die vermeld staan in de BRL’s.
Waterdichtheid en luchtdoorlatendheid Houten buitendeuren moeten een bepaalde prestatie leveren voor wat betreft de waterdichtheid. Het gaat hierbij niet alleen om het waterdicht zijn van de verbindingen, van de aansluiting tussen de gestapelde dorpels, van de eventueel aanwezige beglazing maar ook de waterdichtheid van de deur in een kozijn. De prestaties van een deur met betrekking tot de waterdichtheid kunnen worden getoetst aan de eisen die vermeld staan in de beoordelingsrichtlijnen door deze bij SHR tegen een testkast te plaatsen, waarmee een bepaalde overdruk aan de buitenzijde van het element kan worden aangebracht in combinatie met het besproeien met water. Tijdens de beproeving kan beoordeeld worden of en waar er waterlekkage optreedt. Deze testresultaten, in relatie tot de aangebrachte overdruk bepalen de prestatie van de beproefde deur, en daarmee het toepassingsgebied. Het toepassingsgebied wordt bepaald door de optredende winddruk die variabel is met de bebouwde of onbebouwde omgeving, de dakrandhoogte van het gebouw en het windsnelheidsgebied.
Sterkte, stijfheid en vermoeiingsbestendigheid De sterkte en stijfheid van deuren worden bepaald door middel van belastingen die in diverse richtingen ten opzichte van het deurblad aangebracht worden. Zowel de mate van vervorming bij een bepaalde belasting (stijfheid) als de bestandheid tegen een hoge belasting (sterkte) kan worden bepaald. Verder kan ook langdurig een wisselende druk (over- en onderdruk) op het deurblad (beglazing) worden aangebracht (vermoeiing), waarna opnieuw de waterdichtheid kan worden bepaald.
Duurzaamheid van houten buitendeuren Houten buitendeuren staan doorgaans tijdens het bouwproces in meer of mindere mate in weer en wind. Bij houten buitendeuren is deze fase kritisch met betrekking tot de duurzaamheid van de deur. Door indringend vocht via aanwezige capillaire naden kunnen vochtophopingen ontstaan die negatieve invloed hebben op de levensduur van de deur. Voor een vaststelling van de aanwezigheid van capillaire naden heeft SHR een “snelverweringsopstelling”, waarin de houten buitendeuren in een aantal opeenvolgende weken afwisselend kunnen worden blootgesteld aan vrieskou, beregening, infrarood bestraling en een 'normaal' droog klimaat. Ook het gebruik van andere (plaat) materialen in combinatie met hout kunnen worden onderzocht in de SHR-Snelverwering bijvoorbeeld in het geval van MDF toepassingen in deuren (bossingpanelen).
Stootvastheid Voor het bepalen van de stootvastheid van (vlakke)deurbladen wordt door SHR een schokbelastingsproef met een zacht en zwaar lichaam uitgevoerd (zandzakslingerproef) en een schokbelastingsproef met een hard lichaam (kogelvalproef). De stootvastheid wordt beoordeeld door het meten van blijvende vervormingen. Voor binnendeuren is ook een krasvastheid van de oppervlakafwerking van belang.
Inbraakwerendheid
Deuren dienen niet alleen bescherming te bieden tegen diverse weersinvloeden, maar ook tegen ongewenst bezoek (inbraak). Vanuit het Bouwbesluit is een inbraakwerendheid vereist voor bereikbare gevelelementen in de woningbouw. Gevelelementen in de woningbouw moeten voldoen aan een weerstandklasse 2 volgens NEN 5096. Om een gevelelement te testen op bovenstaand aspect volgens de geldende richtlijnen of normen heeft SHR de faciliteiten in huis. Inbraakwerendheid moet middels een driedelig testprogramma voor een bepaald type gevelelement worden aangetoond. Dit testprogramma bestaat uit de volgende onderdelen: uitvoering van een statische beproeving gevolgd door een dynamische beproeving. Afsluitend wordt de manuele beproeving uitgevoerd waarbij daadwerkelijk getracht wordt het gevelelement binnen te dringen binnen de voor weerstandklasse 2 geldende tijdslimiet van 3 minuten.
Schadebeoordeling SHR heeft door de jaren heen een omvangrijke expertise opgebouwd met betrekking tot het beoordelen van schades aan geveltimmerwerk. Middels een visuele inspectie, eventueel aangevuld met gerichte tests of berekeningen kan gezocht worden naar de oorzaak van de problemen. Hiervoor beschikt SHR over de nodige kennis onder andere op het gebied van constructies, coatings en houtaantasting.
|